We bezoeken de ruige kust van Cape Leeuwin. Wat is vernoemd naar het nederlandse schip de Leeuwin dat hier in het jaar 1622 aankwam. De vuurtoren staat hier al 127 jaar. Het waait flink wanneer we uitstappen. Wat verderop staat een oude watermolen die vroeger het water pompte en ervoor zorgde dat de bewoners van de vuurtoren van water voorzien waren. We rijden verder naar een camping. Ik vraag aan de dame bij de receptie of er nog plek is en dat is geen probleem. Ze geeft ons zelfs een beetje korting, dat is mooi meegenomen. We staan op een 'unpowered site' en dit betekend meestal een soort parkeerplek ergens op grind of gras op een camping. Helaas regent het al de hele middag en zitten we in de camper. Wanneer ik na een tijdje toch echt naar het toilet moet om te plassen stap ik uit de camper met mijn slippers in een modderplas. Hmm ik denk dat ik meteen maar even lekker ga douchen...
De volgende dag rijden we naar de 'Beelup Waterfall' in de buurt. We maken een korte wandeling langs een prachtige waterval in het bos, waarbij we een hangbrug passeren over de waterval heen. Het water dendert met veel geluid naar beneden na alle regenval van gisteren. Hierna vervolgen we onze weg weer verder. Google maps geeft een alternatieve route op de telefoon. We klikken de route aan en al snel wijst het ons een weg door het bos. Weliswaar een gravelweg maar het ziet er vooralsnog best goed uit. Niet veel later wordt de weg smaller en begint het hard te regenen. We moeten uitkijken voor kangaroos die oversteken en omgewaaide struiken die laag over de weg hangen. "Shit er ligt daar verderop een boomstam op de weg, wat nu?" De weg terug nemen zou ons veel tijd kosten. Samen stappen we uit en kijken we of we deze kunnen verplaatsen en dat lukt gelukkig. Ik hoopte dat we al bijna uit het bos waren, maar op de telefoon wordt weergegeven dat het nog dertig kilometer rijden is. Ook zie ik op de telefoon dat we hier geen bereik hebben. Ik begin een beetje nerveus te worden en onrustige gedachten komen op. "Wat als we een lekke band krijgen? We zijn nog niemand tegen gekomen? Dadelijk staan we hier in het bos en dan?" Oké klaar denk ik want hier schiet je toch niets mee op. We hebben genoeg eten en drinken mochten we hier stranden dus het zal heus wel goed komen. De avontuurlijke rit door het bos duurde wel twee uur maar we zijn er ongeschonden uitgekomen. Wat een taaie zeg die 'ouwe' camper van ons!
We zoeken een plek op een gratis camping langs de kust. Helaas is het er afgeladen met locals dus rijden we maar een stukje verder door naar een camping in West Cape Howe National Park gelegen aan Shelley Beach. Als we de berg naar beneden rijden is het uitzicht fenomenaal. Het lijkt wel een scène uit Jurassic Park. Er is nog niemand op de kampeerplek als we aankomen. Ik besluit even het strand op de lopen, er is helemaal niemand. De hoge golven slaan om tegen de granieten rotswand van de berg, wat een prachtige plek! Gelukkig komt er nog een auto aanrijden. Het is toch wel fijn als je ergens niet helemaal alleen kampeert. We raken aan de praat met het oudere stel en die avond zitten we gezellig bij hen onder de overkapping van de tent met een glaasje wijn en een toastje. Om ons heen zien we een aantal buideldassen die op zoek zijn naar eten. Wonderingswaardig is het om te zien dat dit stel rond de zeventig jaar kampeert in de achterbak van hun SUV. Weliswaar een overdekte cabine maar het doet niet groter lijken dan een bedstede.
De volgende ochtend rijden we naar Albany en nemen de afslag naar Torndirrup National Park. We rijden naar 'The Gap' waar we over een lookout uitijken in een gat tussen de grote granieten rotsformaties waar de woeste zee opspat tegen het gesteente. De kust is hier onvoorspelbaar gevaarlijk en ruig. Ik had gelezen dat hier zelfs mensen overheen zijn geblazen tijdens storm. Het idee geeft me kippenvel. Gelukkig stormt het niet vandaag. Er staat wel een flinke wind en we vonden het toch wel verstandig om onze telefoon veilig in onze zak te houden.
Door naar 'The Natural Brigde' waar de zee een gat geeft geslagen in het graniet waardoor er een natuurlijke brug is ontstaan. Je kunt er enkel naar kijken, het is prachtig hoe de natuur dit heeft doen ontstaan, helaas zal de brug uiteindelijk instorten.
Een heldhaftig verhaal is weergeven op een bord naast het pad. Over een man in 1978 die van het pad naar de brug klom om een foto te maken en door een grote golf werd geschept en in de ruige zee belandde. Zijn vrienden hebben de ranger ingelicht en een twee uur durende reddingsactie volgde. De man is uiteindelijk ternauwernood gered van de dood.
Na alles gezien te hebben in dit park rijden we verder naar Norman's Beach waar we overnachten. Het is een een gratis kampeerplek op een mooie plek langs de kust. Wanneer ik wat rommel in de camper loopt Jur even naar het strand. Niet veel later komt hij terug en zegt "Kom mee er zwemmen walvissen vlak voor de kust!". Wanneer ik aankom bij de vlonder die uitkijkt over de zee moet ik even zoeken. "Daar! Zie je ze?" Het duurt even maar dan zie ik het. Donkere plekken die zich voortbewegen in het water. We besluiten de lange trap naar beneden te lopen richting het strand. De walvissen komen steeds dichterbij en dan zie ik dat het er meerdere zijn, waaronder een moeder en haar kalf. Het kalf komt een paar keer op uit het water en laat zich weer vallen met een plons in het water. We zitten samen in het zand te genieten van dit prachtige spektakel. Verder is er niemand op het strand, alleen wij twee...
De volgende dag vertrekken we weer. Op Wikicamps hebben we een plek gevonden waar we kunnen douchen. Het is op een parkeerplaats waar een gebouw staat met een aantal toiletten en een douche. Je ziet dit veel in Australië. Vaak is het een koude douche maar deze was lekker warm. Weer schoon en fris rijden we verder naar een volgende kampeerplek. Het is een plek met een paar plaatsen en enkel een drop toilet. (een wc met gat in de grond) Wanneer we al rijdend een plekje willen uitzoeken roept Jur ineens "Kijk daar een slang!". De donker bruine slang voelt de trilling van onze camper en zig zagt er vlug vandoor de struiken in. Dat was een grote en een hele dodelijke brr...
Aangekomen in Esperance de volgende morgen is het rond een uur of zeven als we aankomen bij een strand waar we een kop koffie drinken en ontbijten op een parkeerplaats aan het strand. Het is een prachtig uitzicht. De zon schijnt nog laag wat een prachtige glinstering in het water geeft. We zijn niet de enige die vroeg uit de veren waren. In het water zien we een aantal golfsurfers driftig door de golven zwemmen. Na het ontbijt rijden we Esperance in. We doen wat boodschappen en tanken de camper vol. Die avond staan we op een camping in de buurt op een 'powered site' zodat we al onze apparaten kunnen opladen en de watertank bijvullen, want morgen gaan we vier dagen kamperen diep in een National Park.
Cape Le Grand National Park staat bekend om zijn prachtige baaien met helder blauw torqoise water en parelwitte poeder stranden. We kamperen de eerste twee nachten bij Le Grand Beach. Als we aankomen bij de camping mogen we zelf een plekje uitzoeken. Er is een 'camp kitchen' en een gebouw met toiletten en een solar douche. We lopen via het smalle zandpad tussen de duinen het strand op. Het is écht waar.. Het water is hier zo helder blauw en het zand voelt zo zacht als fluweel! We doen onze kleding uit en rennen naar de zee om een duik te nemen. Het is best wel koud maar na een tijdje gaat het wel. Het helderblauwe water is onweerstaanbaar om niet even te gaan zwemmen!
De volgende dag rijden we naar Hellfire Bay iets verder in het park om te vissen. Als je dacht dat het water nóg blauwer en het zand nóg witter kon dan is dat wel in deze baai. We klimmen de rots op en gooien onze hengel uit. Al snel blijft mijn haak en het lood steken tussen de rotsen en de lijn breekt af. Hetzelfde gebeurd bij Jurgen. Helaas, maar toch even geprobeerd.
Vandaag verplaatsen we ons naar een andere kampeerplek in het national park, naar Lucky Bay. Als je deze plek googled zul je foto's zien van kangaroos op een parelwit strand. Dit hoop ik dan ook met mijn eigen ogen te zien. Voordat we naar de kampeerplek rijden stoppen we onderweg bij Frenchmen Peak een 262 meter hoge berg die je kunt beklimmen. We trekken onze wandelschoenen aan en beginnen aan de tocht naar boven. Het is een pittige klim over de granieten rots flanken met enkel af en toe een bord met een pijl die aangeeft welke kant we op moeten. Het is de moeite meer dan waard, want boven op de top van de berg worden we beloond met een fenomenaal uitzicht over het National Park.
We rijden door naar Lucky Bay Campground, ook hier mogen we weer zelf een plekje uitzoeken. We rijden er een rondje en zijn het er over eens dat nummer 12 de beste plek is. De plek geeft ons uitzicht over de baai met daarachter de duinen en groene heuvels. Ik besluit het strand even te verkennen, helaas geen kangaroos te zien. Het is er ook druk en er rijden veel Jeeps over het strand. Als ik even later terug loop naar onze kampeerplek zie ik een kangaroo vlakbij de struiken. Ze draagt een 'Joey' (baby) in haar buidel. Op nog geen meter afstand is het dier ongestoord aan het eten van plukjes gras tussen het grind. De kleine Joey laat zich zo af en toe zien wanneer hij zijn kopje uit de buidel steekt.
De volgende morgen breekt aan. Het is onze laatste dag in het National Park. Na een kop koffie en een ontbijt trekken we onze wandelschoenen aan. We lopen vandaag van Lucky Bay naar Rossiter Bay, een wandeling van 12 kilometer heen en terug. Het eerste stuk is langs het strand daarna volgt er een weg door de heuvels, over granieten rots flanken en struiken omringd met wilde paarse en gele bloemen. Het geeft ons een prachtig uitzicht over de baai. Ik blijf maar foto's maken, want man wat is Australië toch waanzinnig mooi!
Na vier dagen in deze prachtige natuur is het tijd om te gaan. We rijden vanuit het national park terug naar Esperance. We verblijven vannacht op een camping morgen beginnen we aan een lange reis door 'The Nullabor'. Wat betekend 'no trees'. Een 1657 kilometer lange weg met helemaal niets....




