Vroeg in de morgen pakken we onze spullen en verlaten Esperance. We beginnen aan een lange rit richting de Nullarbor. De plaatsjes waar we langs rijden doen me denken aan het Noorden. Op google mag het een plaatsnaam hebben, maar er staat enkel een Roadhouse met een bezinepomp en een naastgelegen motel, meer is er niet. De eerst volgende plaats is dan weer zo'n 200 kilometer rijden. Sommige lijken zelfs verlaten want er is helemaal niemand te zien op straat.
Wanneer we Balladonia voorbij rijden stoppen we langs de snelweg bij het bord '90 miles straight, Australia's longest straight road 146.6 km' om een foto te maken. Ik zie dat er nog een camper stopt. Het oudere stel stapt uit om ook een foto te maken."You are going to make a picture too I reckon?" - "Yes" zeg ik tegen de vrouw. "Wonderful! Then we can make a picture of eachother with the sign". Jur en ik gaan bij het bord staan en de vrouw maakt een foto van ons. "Thank you, and safe travels!" Wanneer we de snelweg vervolgen zien we pas hoe recht de weg eigenlijk is, want we kunnen mijlen ver kijken. Bij een reststop langs de snelweg stoppen we voor de nacht. Het is mooi geweest voor vandaag na een hele dag te hebben gereden. Vanavond eten we lekker nacho's met gehakt, bonen en een avocado & sour cream dip. Omdat het begint te regenen zijn we gedwongen om binnen in de camper te koken en te eten. Dat ging best goed en dat allemaal zonder te knoeien.
De volgende ochtend vertrekken we vroeg, want ook vandaag willen we weer veel kilometers maken. We passeren het plaatsje Eucla waar zich de grens bevindt naar Zuid Australië. We tanken de camper weer vol en snel gooi ik nog even de uien en tomaten weg. Groente en fruit mogen de grens niet over dit in verband met fruitvliegjes. Gedurende onze autorit hier naar toe hebben we nog vijf appels weggewerkt. Zonde om weg te gooien. De grens overgaan betekend ook weer een nieuwe tijdzone. De tijd is hier in Zuid Australië is (GMT +10.30) dus achtenhalfuur later als in Nederland. Gisteren hebben we ook al een tijdzone gepasseerd. Het is een beetje warrig omdat we twee keer kort na elkaar in een andere tijdzone leven. Hetzelfde als toen we van het Noorden naar het Westen reden. Wat wel heel fijn is, is dat de avonden nu langer zijn. Het wordt pas rond acht uur donker!
We zetten onze reis voort op de snelweg die dwars door het Nullabor National Park gaat. 'Nullabor' betekend 'no trees' en dat is niet gelogen. Uren lang rijden we letterlijk door 'the middle of nowhere'. Er staan enkel kleine struiken en verder is er geen boom of mens te bekennen. Tegen het eind van de middag wordt het weer tijd om ergens een plekje te zoeken voor de nacht. Uiteindelijk vinden we een camping in het piepkleine kustplaatsje Fowlers Bay. Het grappige is wel dat na drie maanden zoveel rijden we het helemaal niet meer zo raar vinden. In het gigantische grote Australië moet je dan ook wel om van A naar B te komen.
De volgende dag vervolgen we onze weg weer. We komen langs het stadje Ceduna waar we tanken en wat boodschappen doen, daarna rijden we weer door. Het uitzicht onderweg is prachtig. Heuvels die lijken alsof ze zijn bekleed met een deken groen fluweel, met hier en daar wat stenen en af en toe wat verdwaalde bomen. Het landschap doet een beetje denken aan foto's van Schotland.
We rijden door het Conversation Park richting Point Labatt. Het is een flink stuk rijden over een dirt road totdat we het punt hebben bereikt. Er bevindt zich een kleine parkeerplaats op een hoge kliff. We stappen uit om naar het uitkijk punt te lopen. Wanneer we langs de stijle kliff naar beneden kijken zien we zeeleeuwen op het strand liggen tussen de rotsen. Af en toe kijkt er eentje even verdwaald om zich heen om vervolgens weer in diepe slaap te vallen. Na het bezoek aan de zeeleeuwen is het tijd om naar onze volgende plek te rijden waar we de nacht verblijven. Het is op een erf van een boer. Op zijn land staan een aantal grote granieten rotsblokken die al 1600 miljoen jaar oud zijn. Voor een kleine donatie mag je ze bezichtigen en kamperen op zijn erf. Verderop staat er een klein gebouw met enkel een toilet. Wanneer ik tien dollar in de 'honourbox' stop, zie ik een oudere man honing potten vullen in een bak onder de overkapping. Naast de man hangt een bord "honey for sale $10". Het blijkt de eigenaar zelf. Hij verteld dat zijn overgrootvader Murphy heette en men heel vroeger de granieten rotsblokken Murphy's Haystacks hebben genoemd. Het land gaat van generatie op generatie. Zijn zoon is imker en verkoopt honing. De man is al met pensioen maar zo af en toen helpt hij zijn zoon. Net voor het donker loop ik met Jur nog even naar het toilet. Ik doe de deur open en schrik me rot. In de hoek van het plafond zit een grote huntsmen spin. "Oh nee hier ga ik nier naar binnen hoor. Ik ga wel bij die ander" zeg ik tegen Jur. Wanneer we teruglopen komt de eigenaar ons tegemoet met schoonmaakspullen. Ik vertel hem van de grote spin in het toilet en hij moet lachen. "I will make sure it is gone when you visit the toilet again" zegt hij met een knipoog. Hij wenst ons een goede nacht en vertrekt in zijn pick-up. Die nacht kamperen we helemaal alleen op het erf. Het is de allereerste keer dat we ergens alleen staan maar het voelt niet onveilig. De volgende ochtend worden we wakker van de ochtend zon die de camper inschijnt. Ik stap naar buiten met een kop koffie in mijn hand. De dauw staat nog in het gras en de zon staat nog laag. Ik kijk op mijn horloge, het is pas acht uur. Om me heen hoor ik de vogels fluiten en in de verste verte hoor ik de schapen blaten. Wat is dit heerlijk rustig wakker worden!
Na een kop koffie en een ontbijt rijden we weer verder. We komen langs een aantal plaatsjes langs de kust en onderweg is het weer tijd om te tanken. We rijden langs een grot aan de kust die we kort bezoeken. We kamperen op een kampeerplek bij de kust, Farm Beach. We zoeken een goede plek uit en parkeren de camper, klappen de tafel en stoelen uit en zetten deze in het gras. Ik maak een tomatensoepje met crackers voor de lunch. Na de lunch maakt Jurgen zijn hengel klaar en lopen we naar het strand. Voordat we het strand op lopen komen we een mevrouw tegen. "Did you spray any repellent? The marchflies are horrible here!" zegt de vrouw terwijl ze om zich heen slaat. Marchflies zijn grote vliegen en vergelijkbaar met de horzel in Nederland. Ondanks dat we een dikke olielaag van onze 'Bushman' spuitbus op hebben gesprayt mag het niet helpen. We worden aangevallen door tientallen horzels en van ellende lopen we maar weer terug naar de camper. Helaas dat wordt niet vissen vandaag...
De volgende dag rijden we naar Port Lincoln om daar weer te tanken. Afgelopen dagen hebben we vaak getankt maar we rijden dan ook heel wat kilometers. In Port Lincoln kun je cagediven met de gevreesde witte haai. Dit hebben we een tijd geleden opgezocht omdat we dit heel graag nog eens willen doen. Helaas is het zo'n vijfhonderd euro per persoon, een beetje te gortig. Voor dat geld kunnen we een vliegticket kopen naar een volgende bestemming. Wie weet nog eens ergens anders ter wereld.
Na nog even doorrijden stoppen we bij campground Point Gibbon aan de kust. We kiezen 'Campsite nummer 7' uitkijkend over de prachtige kuststrook.
We pakken de stoelen en tafel uit de camper en gaan lekker in het zonnetje zitten. Althans dat dachten we het duurt alleen niet lang. Links en rechts worden we geteisterd door tientallen vliegen die in onze mond en ogen proberen te kruipen op zoek naar vocht. Het is ondragelijk en besluiten we uit ellende binnen te gaan zitten. In de camper zitten er inmiddels ook al een stuk of honderd. Snel pakken we beide een vliegenmepper en slaan driftig in het rond. Grappend zeggen we "Het is ook iedere keer wat hè zijn het geen horzels, dan zijn het vliegen. Zijn het geen zandvliegen dan zijn het wel muggen". Jep, dat is wat het kampeerpeven met zich meebrengt hier in Australië en dat nemen we voor lief.
Na een lange tijd was het vannacht weer eens een koude nacht. De temperatuur was rond de acht graden en het heeft veel geregend. Ik merk dat ik veel wakker heb gelegen in verband met de kou. Wat vermoeid sta ik op om een bak koffie te zetten. Gelukkig is het nu wel droog. Na een bak muesli met yoghurt pakken we onze spullen en rijden weg. In het stadje Whyhalla slapen we op een klein caravanpark. Die warme douche is alweer een paar dagen geleden en voelt als een cadeautje. De volgende ochtend rijden we naar de Whyhalla Jetty (pier). Daar waar vaak dolfijnen te spotten zijn. We lopen een rondje op de pier maar tevergeefs. Wanneer we bijna terug willen lopen zien we twee dolfijnen richting de pier zwemmen. We lopen snel terug. Over de rand van de pier blijven we rustig kijken. Één van de dolfijnen komt onze richting op zwemmen. Zijdelings zwemt hij langs en kijkt ons met nieuwsgierige ogen aan. Even zwemt het dier onder water en komt dan weer boven. Het blijft even stilliggen in het water met zijn ogen op ons star op ons gericht. "Wauw, dit is echt apart, hij blijft ons gewoon aankijken hè". zeg ik tegen Jur. Dolfijnen hebben we al regelmatig tijdens onze reizen gezien. Vaak in de verte zwemmend en springend in een groep, maar nog nooit zo nieuwsgierig dichtbij. Ik vond het heel bijzonder op de een of andere manier. Tijd om terug te gaan naar de camper! We rijden door richting Ikara Flinders Range National Park.
We stoppen rond het middaguur in een park bij het stadje Hawker net voor het national park. Het stadje doet historische aan en gaat terug naar het jaar 1880. Er werd een spoor aangelegd voor de stoomtrein die ging naar Alice Springs. Het oude treinstation staat er nog. Hier en daar zijn nog wat ruïnes te zien. Ik maak een lekker broodje tonijn voor ons en we pakken de stoelen en gaan lekker op het gras in de zon zitten. Er zijn nog meer mensen die een pauze nemen om wat te eten en kinderen spelen in het gras met een bal. Formule 1 begint zodadelijk en dat wil Jur graag kijken. Hier heeft hij goed bereik en er zijn toileten in de buurt. We zullen hier de middag blijven tot de race is afgelopen. Daarna vertrekken we naar een reststop niet ver van hier om te overnachten. Ik kook alvast de brocoli en de rijst als het tegen vijven loopt. Het schijnt nogal flink te regenen in Japan en daarom wordt de race steeds gestaakt en duurt het veel langer dan verwacht. We besluiten nu toch maar naar de resstop te gaan. Lachend om de pan met rijst op mijn schoot rijden we erheen.
De volgende dag rijden we in een klein uurtje naar het Ikara Flinders Range National Park. Bij het visitor center betalen we een entree fee en boeken we twee nachten op de camping gelegen in het national park. Het bevindt zich midden in het bos aan de prachtige bergtoppen. We mogen ergens een plek uitzoeken tussen de bomen. Na de lunch doen we onze wandelschoenen aan en kijken op het bord van het park welke trail we zullen lopen. Het wordt de 'Ohlssen Bagge', een 7km lange trail via de gelijknamige berg naar boven. De berg is 923m hoog. Het is een flinke klim over smalle paden en rotsblokken. We nemen halverwege de verkeerde afslag en even snappen we er niets meer van gelukkig komen we uiteindelijk weer op het juiste pad terecht. Boven op de berg worden we beloond met een prachtig uitzicht over de bergentoppen van Flingers Ranges
Om half vijf in de middag is er een welkombijeenkomst op het grasveld voor de receptie van de camping. Ik besluit om er even te gaan kijken. "Welcome to Wilpena Country staat er op het bord". Gelukkig ben ik niet de enige en zijn er nog een aantal mensen komen kijken. Het land is oorspronkelijk van de Aboriginals en we worden dan ook welkom geheten door één van hen. Hij verteld over het ontstaan van het land wat gebaseerd is op een spiritueel mythologisch verhaal. Ik kan het alleen niet helemaal volgen. Hij praat heel snel en af en toe in het Aboriginals, maar het was toch even leuk om te gaan kijken. Na een half uur bedankt hij en wenst ons veel plezier in het national park.
De volgende morgen zitten we heerlijk in het zonnetje met een kop koffie. We zien een Emoe met acht kuikens onze kant op lopen. Het vrouwtje mag de kuikens dan wel ter wereld brengen maar het mannetje zorgt voor zijn kroos. De kuikens lopen links en rechts naast hem. Wanneer er een auto langzaam voorbij komt rijden is hij uiterst allert en maakt hij zich heel groot om zijn nakomelingen te beschermen.
Na het ontbijt is het weer tijd om de wandelschoenen aan te trekken. Vandaag gaan we in totaal 19km 'bushwalken' zoals ze dat hier in Australië noemen. Het pad brengt ons door het prachtige bos waar paarse wilde bloemen opduiken tussen de hoge dennenbomen. Er springen een aantal kangaroos voorbij. Het is een mannetje met een vrouwtje en een jong. Het mannetje stopt en staat imposant op zijn achterpoten. Hij maakt zich groot en daardoor zie je goed zijn borstspieren. We staan even stil om er naar te kijken maar wanneer we doorlopen, springen ze alweer verder de bossen in. Na 19 km terug op de camping Het was een goede warming up voor alle hikes die ons in Nieuw Zeeland te wachten staan!



