Totaal zijn we zo'n twee weken op Nusa Lembongan, dat klinkt best lang en dat is het ook voor zo'n klein eiland. De meeste toeristen verblijven hier maar een paar dagen en reizen dan door naar Nusa Penida, het grotere eiland hiernaast. Wij hebben een dagtrip gedaan naar dit eiland. Voor nog geen €7 euro p.p. vaar je heen en weer en huur je ter plekke een scooter om het eiland rond te toeren.
Maar waarom zijn we dan zo lang op Nusa Lembongan gebleven? Eigenlijk omdat we het zo naar ons zin hebben gehad bij Kadek & Dessy van The Lucky Cottage en het voelde alsof we deel waren van hun familie...
Kadek & Daisy hebben drie kinderen, Deo van acht, Gauri van vrijf en Naura van drie. Waarvan de jongste echt een kleine deugniet is, maar dat is vrijwel iedere driejarige denk ik. De kinderen waren erg verlegen toen we hier net waren maar na een aantal dagen niet meer.
Na een eindje scooteren besloot ik een frisse duik te nemen in het zwembad. Ik begroette de kinderen die wat verlegen aan het spelen waren rond het zwembad. Gauri liep naar haar moeder en wat ik van haar lichaamstaal kon aflezen is dat ze vroeg of ze ook mocht zwemmen. Ik zag de aarzeling bij Dessy, maar ze stemde toe. Gauri kwam met een glimlach terugrennen, het mocht eindelijk! Ik denk omdat we de enige gasten zijn. Alle drie de kinderen springen uitgelaten met kleding en al het water in. De meisjes in het ondiepere gedeelte, waar ze kunnen staan en Deo in het diepere gedeelte. Het blijken echte waterratten want ze zijn meer kopje onder dan boven. Ook al spreek ik de indonesische taal niet, een lach in welke taal dan ook betekend hetzelfde. We spetteren met water en maken plezier. Totdat Naura plots voor me staat en me diep in mijn ogen aankijkt. Ze legt haar kleine handjes op mijn wangen en glimlacht tevreden. Het vertrouwen is er.
Heel vroeg in de morgen zijn we gaan vissen samen met Kadek zijn vader, hemzelf en zijn zoon. We begroeten zijn vader vriendelijk wanneer we in het donker op het bootje stappen. De man spreekt geen woord engels, maar knikt vriendelijk. Wanneer we wegvaren kleurt de horizon in oranje en paarse kleuren met op de achtergrond de vulkaan Agung. Ik voel de wind door mijn haren en ik geniet van de prachtige zonsopgang. Kadek zijn vader gooit de lijn uit, enkel een dun draad met haken en geeft deze aan Jur om vast te houden. Niet heel veel later heeft hij al beet en tot mijn verbazing haalt Kadek zijn vader de één na de andere tonijn uit het water. Hij gooit de nog spartelende vissen naast mijn voeten in de boot, het is een gek glibberig gevoel. Wat is het toch tof dat we zo mee mogen vissen, gewoon puur alleen met hen.
Het is al een uur of acht en donker. Ik zie Kadek zijn vader en moeder door de poort komen lopen en niet veel later volgen ook zijn oom, tante en zijn broer met vrouw. De hele familie is er en eet gezellig mee. De kinderen lopen al spelend om de tafel heen op het terras terwijl Dessy in de keuken staat. Opa maakt samen met Kadek het vuur, op een soort van mand met stukken hout. De oude man zit gehurkt bij het vuur en grilt de tonijnen. Gehurkt zitten is echt typische Aziatisch. Kun je je dat voorstellen dat jouw oude opa al hurkend zit te eten? Hier is dat dus heel normaal. Dessy zet een flinke schaal met rijst op tafel, een bord gebakken groentes, een bord zelf gemaakte sambal en nog een bord met bananenchips en wat kroepoek. De tonijn is gaar en Kadek geeft ons een bord met daarop drie grote gegrilde tonijnen. We zeggen dat één echt voldoende is. 'Are you sure? You can have!' - 'Yes we are sure, give it to your family please'. Ze zijn zo gastvrij en geven het liefst alles weg aan hun gasten. Maar dit is echt niet nodig want er is genoeg voor iedereen. Kadek en Dessy komen samen met de kinderen bij ons aan tafel zitten. De rest van de familie zit hurkend rondom het vuur. Men eet hier niet met bestek maar met hun rechterhand. De linkerhand is 'vies' daarmee veeg je je kont af. Dessy geeft ons bestek maar we besluiten gewoon mee te doen en eten ook met ons rechterhand. Ze moeten hard lachen wanneer we er onhandig een zooitje van maken, maar ik zie ook de dankbaarheid in hun ogen dat we hun gewoontes respecteren en willen proberen.
Over een aantal dagen is er een grote ceremonie. Alle voorbereiden zijn al in volle gang. Dessy maakt iedere dag een aantal offermandjes en vult deze met bloemen en rijst. Kadek maakt van palmbladeren versiersels. Het is bijzonder om ze zo creatief aan het werk te zien voor de belangrijke dag. Kadek zegt dat er morgen een varken wordt geofferd en of we willen komen kijken. Ik aarzel een beetje, een varken te zien dat wordt geslacht staat nou niet echt hoog op mijn lijstje. De volgende dag tijdens het ontbijt horen we het gekrijs en gegil van een varken. 'Hoor daar eens, daar wordt er één geslacht' zeg ik. Na het ontbijt komt Kadek naar ons toe. 'Come with me you can see pig, it's fine, its already' ... terwijl Kadek een vinger langs zijn keel haalt. Het is een eer dat wij worden uitgenodigd en besluiten mee te gaan. We volgen Kadek naar zijn huis wat achter de accomodatie ligt. Wanneer we langs een smal pad lopen zie ik verderop achter een grote boom het huis. Naast het huis zie ik een groep mensen staan rondom het al dode dier. 'This my family and over there my house'. De familieleden wassen het varken en maken de huid schoon. Daarna wordt het onsmakelijk, de kop wordt eraf gehakt en daarna beginnen ze bij het opensnijden van de buik. Iedereen heeft een taak. We staan er op een afstand naar te kijken. 'You can make pictures' zegt Kadek trots. Oké dat hoeft nou niet perse van alle ingewanden denk ik. Voor ons is dit een bijzondere ervaring, voor hen heel normaal. Wij kopen een net verpakt varkenshaasje in de supermarkt en hier doen ze het op deze manier! That's the Indonesian life.
De dag voordat we vertrekken nodigt Dessy me uit om mee te gaan naar de tempel. Ze brengt wat kleding mee van thuis die ik kan aantrekken naar de tempel. Een lange rok (sarong), een blouse en een ceintuur. Daarna doet ze op een traditionele manier mijn haar en steekt er een aantal bloemen in. Ik stap achterop bij haar op de scooter wat nog lastig gaat met zo'n lange rok. Ik zit zijdelings en houdt haar goed vast, achter ons volgt Kadek op zijn eigen scooter. Het is een klein stukje rijden. Onderweg wordt ik door veel locals aangekeken, sommige lachen vriendelijk en groeten opgewekt anderen staren me uitdrukkingsloos aan, wat wanneer we de tempel binnen stappen alleen nog maar erger wordt! Ik voel me een beetje ongemakkelijk en vraag of het echt wel oké is dat ik hier ben. 'Ofcourse no problem Mandy'. We gaan zitten op ons hurken en ik kijk vol bewondering om me heen. Geen toerist te zien, alleen ik met de lokale mensen van Nusa Lembongan. Ik bedenk me dat dit wel heel uniek is dat ik dit mag meemaken. Dessy geeft me een offermandje en er wordt al zingend wat geroepen op de achtergrond wat ik niet kan verstaan. Ze legt me uit een bloem te pakken en mijn handen al biddend voor mijn hoofd te houden. Ik kijk telkens naar haar en ze glimlacht goedkeurend. Na het bidden krijgen we heilig water over ons gesprenkeld en krijg ik wat water in mijn handen wat ik over mijn hoofd moet gooien. Als laatste moet ik een beetje rijst uit een kommetje pakken en midden op mijn voorhoofd en in mijn hals drukken. 'Its done the praying, did you like it Mandy'? 'Yes I do!' Zeg ik uitgelaten en bedank hen voor deze onwijze bijzondere ervaring..
De dag van afscheid nemen is aangebroken. Het is heel vroeg in de ochtend, Dessy bakt voor de allerlaatste keer haar heerlijke bananenpannekoeken en drinken we ons laatste kop koffie op het terras. Kadek en Deo zie ik aan komen lopen in de verte en ik zwaai. Niet veel later volgt oma met de twee meisjes. Wat ontzettend leuk dat iedereen nog even gedag komt zeggen. We pakken onze laatste spullen en nemen afscheid, het valt me zwaar. Ik zie dat Dessy ook vecht tegen haar tranen. We geven elkaar een dikke knuffel en zeggen gedag tegen de kinderen. We stappen de pickup truck in en zwaaien elkaar nog lang na. 'Goodbye family, we will meet again!'.


