We vliegen vroeg in de ochtend naar het noorden van Borneo met Malaysia Airlines. De vlucht duurt zo'n drie uur tot we aankomen in Sandakan. Op de luchthaven lopen we langs de immigratiedienst voor een stempel en pakken onze backpacks van de bagage band. We hebben dit rideltje nu al best wel vaak gedaan. Buiten bestellen we een Grab en rijden naar Sepilok waar we de komende twee dagen verblijven.
'Nature Lodge Sepilok' staat er bij de ingang op het bord. Het doet me erg denken aan een Amerikaanse Compound. Een grote parkeerplaats gelegen voor het gebouw. De receptie en het restaurant zijn gevestigd in het hoofdgebouw en daarachter liggen meerdere gebouwen waar de kamers zich bevinden. Het ziet er overal pikobello uit, de stoepen zijn schoon geveegd en de tuin ligt er strak bij.
We frissen ons snel op en lopen in zo'n 20 minuten de straat uit naar het 'Orangoetang Rehabilitation Centre'. We komen bijna niemand tegen onderweg, maar liefst twee auto's. Hier geen scooters, geen lawaai, helemaal niks. We kopen een ticket bij de ingang en moet mijn tas in een kluisje plaatsen. De orangoetangs die hier zijn opgevangen zijn semi wild en niet schuw voor mensen. Ze kunnen je tasje dus zo wegritsen. De orangoetangs zijn hier gebracht omdat ze wees zijn geworden door ontbossing of zijn illegaal als huisdier gehouden. Ze worden hier verzorgd en wanneer ze hersteld zijn weer uitgezet in het wild. 'Wat een mazzel het is net voedertijd!'. Een mannetjes orangoetang komt fors ondersteboven naar beneden geslingerd aan een touw. De grote wangplaten gaan van links naar rechts. Het is tijd om zijn buik te vullen met al dat lekkere fruit wat op het platform ligt.
De volgende morgen staan we al heel vroeg op. We schuiven aan voor een snel ontbijt in het restaurant en vertrekken direct door naar het 'Discovery Rainforest Center'. Ook deze plek is maar een paar minuten lopen. We zijn precies op tijd want om 8 uur gaan ze open. Of toch niet? We wachten inmiddels al 10 minuten bij de ingang totdat we ineens een vrouw aan de overkant van de straat horen roepen 'you can go inside and can pay on the way back!' Oke mevrouw en we lopen naar binnen, we zijn de eerste.
We lopen via de 'Canopy Walk' langs de toppen van de bomen en als snel horen we gerommel en zien we een Orangoetang met haar baby slingerend van boom naar boom. Wanneer we verder lopen naar beneden komen we bij een pad uit waar een plattegrond staat. Even kijken welke opties er zijn en we gaan voor de wat langere trail. Via het asfaltpad lopen we het 'junglepad' op. Nog steeds niemand te zien om ons heen..
Omdat nog niemand dit pad bewandelt heeft na vannacht lopen we constant tegen kleverige spinnenwebben. Jur pakt een stok om deze weg te swipen en loopt voorop. Niet alleen daarvoor maar ook om op de grote bladeren te tikken voor ons op het pad. 'Haha dit doet me echt weer denken aan de jungle van Costa Rica, daar deden we precies hetzelfde!' Daar schoot een dikke wolfspin zo onder de bladeren vandaan brrrr.. van ervaring leert men! De gouden regel is - wanneer je loopt kijk je op het pad, wanneer je om je heen wilt kijken sta je stil - Zo kom je niet onnodig voor verassingen te staan (en gil ik niet het hele oerwoud bij elkaar haha).
Na het regenwoud besluiten we ergens te lunchen in de buurt. Het is nog steeds overal zo rustig, ook wanneer we na de lunch naar het naaste gelegen 'Sunbear Rehabilitation Centre lopen'. We hebben wel wat toeristen gezien die aankomen in tourbusjes. Vermoedelijk doen zij een dagtour naar hier en verblijven ze ergens anders. We zien twee sunbears vanaf het uitkijk platform. Het is de kleinste beer die er bestaat en heeft zonachtige vlek op zijn borst. Het park blijkt klein en zijn na 30 minuten weer buiten.
In de namiddag pakken we een Grab naar Sandakan om daar een hapje te gaan eten. Hier in de Lodge is er een buffet net als gisteren en daar hebben we niet zo'n zin in. Het is een half uur rijden. Wanneer we aankomen in deze havenstad, zie ik geen enkele andere toerist alleen maar locals. Wat onwennig loop ik naast Jur over straat. Iedereen staart ons aan en ik voel me wederom niet op me gemak. Jur heeft daar maling aan. Al snel blijkt iedereen zo ontzettend vriendelijk en zegt ons gedag. We zoeken een gezellig lokaal restaurantje aan de haven en nemen plaats aan een lege tafel. We hebben een prachtig uitzicht op een gigantisch marine schip. Ik bestel wat gegrilde groentes in sojasaus met rijst. Jep, even wat groentes naar binnen werken want dat is alweer een paar dagen geleden! Beetje afwisseling is goed. Na het het eten wordt het al schemerig en pakken we een Grab terug naar de Lodge.



